Mijn roze wolk was een grijze mist

Een bekentenis

21.01.2018 -
  • Artikel

Wauw, mijn eerste jaar als moeder is bijna rond en ik kan bekennen dat alle cliché’s waar zijn. Ja, de eerste zes weken zijn loodzwaar en ja, het wordt alleen maar leuker. Ja, het opgroeien van je mini is zowel een feest als een tranentrekker en ja, ook wij hebben de nodige hindernissen als ouders én partners moeten nemen. Des te trotser ben ik op onze wildebras die me iedere dag versteld doet staan. Een feestje is het dus, die eerste verjaardag. Daarom wil ik vóór die festiviteiten beginnen even een bekentenis afleggen. Namelijk over mijn kraamweek.

Hè? Nu nog?

Ja. Het heeft me namelijk oprecht zó lang gekost om de juiste woorden te vinden en om te beslissen of ik het hier überhaupt wel met de buitenwereld over wil hebben. Waarom dat ik dat zo moeilijk vond en nog steeds vind? Mijn kraamwolkje was totaal niet roze.

Mijn roze wolk was een grijze mist

Daar is-ie

Mijn zwangerschap was een eitje. Mijn buik was bescheiden en mede daardoor heb ik tot het einde alles kunnen blijven doen. Die bevalling? Daar fiets ik wel doorheen, dacht ik. Tuurlijk wist ik wel dat het zwaar is en pijn doet, maar mijn devies was dat een mens ervoor gemaakt is. Tot ik 6 dagen na de uitgerekende datum ‘s ochtends wakker werd met weeën. In het begin vielen ze mee, maar ik had al snel door dat het ‘the real deal’ was. Tegen twaalven voelden de weeën al als ondraaglijk en kwam de verloskundige langs. Ik zat op 1 cm. 1 cm! Het advies was om gewoon mijn dag te vervolgen en gaandeweg de weeën op te vangen. Koekjes bakken, bijvoorbeeld. Koekjes bakken? Koekjes bakken?! Ik moest er niet aan denken. Ik heb het ook niet gedaan. Nee, ik heb de hele middag als een hoopje treurigheid in bed gelegen met Mike naast me.

Mijn roze wolk was een grijze mist

Om vijf uur was de verloskundige terug. 3 à 4 cm, gaf ze aan. Ik kon wel door de grond zakken. Ik voelde me niet de powervrouw die ik dacht te zijn. Ik mocht er van haar op rekenen dat de baby in de nacht zou gaan komen. Maar dat wilde ik niet. Ik herinner me goed dat ik Mike meerdere malen heb gezegd dat ik de baby niet meer hoefde als dat de ellende weg zou nemen. Gelukkig leek mijn baby dit op te vangen, want in de twee uur die erop volgden braken mijn vliezen, kreeg ik direct persweeën en werd ik met spoed naar het ziekenhuis gebracht, om daar binnen 20 minuten mijn kind ter wereld te zetten. Om 19:42 was ie daar. Olle! De adrenaline gierde door mijn lijf en ik kon alleen maar uitbrengen wat een ontzettend mooie jongen hij was.

Mijn roze wolk was een grijze mist

De eerste twee nachten

We moesten de eerste nacht in het ziekenhuis blijven en daar was ik dolblij mee. Er brak namelijk paniek bij me uit; Ik wist totaal niet hoe ik voor een kind moest zorgen! Bij ieder huiltje belde ik de dienstdoende zuster op en vroeg ik haar wat er met Olle aan de hand was. Ik heb die nacht amper een oog dichtgedaan en alleen naar het wezentje naast mijn bed liggen staren.

 

De volgende ochtend kwam de kraamhulp ons ophalen en mochten we samen naar huis. Olle vond alles prima en sliep de hele dag door. Zo nu en dan opende hij zijn grote oogjes om de boel even in de gaten te houden. De eerste dag hadden we al veel visite. Eén dagdeel mijn vader, moeder, zus, broer, schoonzus en nichtje. En van Mike’s kant kwamen de vader, moeder, broer, zus en oma’s het andere dagdeel. Ik was doodop maar liet het allemaal een beetje op mij af komen. Wat er gezegd is, wie wanneer kwam, hoe de dag voorbij is gegaan… Geen idee. Het enige wat ik kon denken was dat ik de grootste fout van mijn leven had gemaakt.

 

Die nacht kon Olle niet slapen. Althans, niet in zijn wiegje. In mijn armen lag ie echter heerlijk te dutten, dus liet ik hem daar ook lekker liggen. Ik durfde geen oog dicht te doen. Ik was doodsbang dat ik iets fout zou doen en het met Olle’s leven zou betalen. Dus bleef ik de hele nacht wakker met in mijn ene hand mijn kersverse kind en in de ander mijn iPhone met Netflix (Modern Family). Achteraf voelt dat gek genoeg toch als het gelukkigste moment uit mijn leven, maar de volgende dag was ik vanzelfsprekend uitgeput.

Mijn roze wolk was een grijze mist

Een fout gemaakt

Ik voelde me futloos, huilde de dagen aan elkaar en kon niet genieten van mijn kind, omdat ik niets bij hem voelde. Hoezo was ik niet tot over mijn oren verliefd op dit mensje? Waar was die onvoorwaardelijke liefde die ik in de negen maanden hiervoor voelde en nog meer dacht te gaan voelen? Ik had een fout gemaakt met consequenties die ik nooit eerder gevoeld had en in mijn hoofd werden de gedachtes alsmaar erger. Hoe ging ik dit in godsnaam terugdraaien? Kon je een kind alsnog ter adoptie afstaan als hij eenmaal geboren was? Zou dit kind niet beter af zijn bij iemand die hem wél kon verzorgen? Hoe groot is de kans op wiegendood eigenlijk?

Mijn roze wolk was een grijze mist

Oneerlijk

Mijn gedachten jaagden me de stuipen op het lijf. Waren kraamtranen voor iedereen zo heftig? Hoe ging ik dit nou het hoofd bieden? Gelukkig was Mike de eerste drie weken een perfecte vader voor Olle en partner voor mij. Hij was ontzettend geduldig en begripvol en wist precies hoe hij voor Olle moest zorgen. Ik vond het vooral oneerlijk tegenover hem en Olle dat ik hen niet zoveel liefde kon bieden als ik wilde. Na iedere visite stortte ik even in. Het voelde alsof ik als een spook van buitenaf mijn leven aanschouwde. Toen ik me na bijna drie weken nog steeds niet anders voelde, vond ik het tijd om aan de bel te trekken. Ik belde een vriendin die zwangerschapscursussen en coaching geeft en vroeg haar om raad. Ze kwam dezelfde week langs en ik heb die avond al mijn gedachten en gevoelens eruit gegooid. Het gesprek alleen al gaf me zo’n opgelucht gevoel. Ik was niet gek of egoïstisch. Dit overkwam me gewoon.

Mijn roze wolk was een grijze mist

Loslaten

Ik heb geen idee of het een (beginnende) postnatale depressie was of iets anders. Ik denk ook niet dat een label plakken nodig is. Het enige wat ik weet is dat mijn problemen verdwenen toen ik alles om me heen, alles wat ik mezelf voorheen oplegde, liet voor wat het was. Toen Mike na drie weken weer ging werken waren Olle en ik overdag op elkaar toegewezen. Plotseling móest ik wel voor hem zorgen. En dat vond ik op dat moment het enige wat belangrijk was. Ineens keek ik met andere ogen naar mijn zoontje. Hij had me nodig. En ik hem. Ik wílde niet meer van hem weg. Het was alsof mijn hart ineens ruimte had om te groeien, omdat ik de rest los had gelaten.

Depressie of niet, de eerste maand(en) van Olle’s leven was ik mezelf niet en daarom doodsbang. Deze vier tips hielpen mij een weg door de dikke mist te vinden:

 

De roze wolk is ‘overrated’, geef het tijd. Bevallen is gewoon loodzwaar en écht traumatiserend. Er wordt te veel vanuit gegaan dat het krijgen van een kindje één groot feest is. Nee, je hoeft niet meteen halsoverkop verliefd op je ukkie te zijn. Die emotionele band? Die komt wel.

 

Praat met iemand. Het merendeel van alle moeders heeft last gehad van kraamtranen of erger. Je bent niet alleen en je hoeft je zeker niet te schamen voor iets wat je overkomt. Praten met een (ervarings)deskundige helpt je emoties, of het gebrek eraan, een plekje te geven. Soms helpt het niet om ‘af te wachten’ en in dat geval kun je het beste contact opnemen met een professional.

 

Laat los. Ik dacht altijd álles te kunnen blijven doen. Ja, ook direct na de bevalling! Laat even alles wat je zogenaamd moet los en richt je op je eigen welzijn en dat van je kindje. Dat hoef je overigens niet alleen te doen. Je hebt een partner en familie en vrienden die je hierbij kunnen helpen.

 

Ga naar buiten. Nee, even een luchtje scheppen gaat niet al je problemen oplossen. Wel denk ik dat het 24/7 binnen zitten voor een hele week niet aan mijn herstel heeft bijgedragen. Als het nu nog eens te veel wordt (en hoe goed het ook gaat, dat heb je gewoon wel eens) ga ik een stukje lopen. Frisse buitenlucht doet écht wonderen.

Mijn roze wolk was een grijze mist
Mijn roze wolk was een grijze mist

De keerzijde

Na ongeveer vier weken voelde ik een kantelpunt en het lijkt alsof ik in de maanden daarop een soort inhaalslag qua liefde meemaakte. Ik wilde constant Olle bij me hebben en droeg hem tot de zesde week 24/7 bij me. Dat was natuurlijk een ander extreme, maar op dat moment hadden wij dat allebei nodig. Vanaf twee maanden sliep Olle steeds vaker zelf in zijn wiegje en al vrij snel zelfs op zijn eigen kamertje. Pas toen hij én ik daar klaar voor waren. Nu bijna één jaar later kan ik me niet voorstellen dat ik ooit in deze situatie gezeten heb, maar weet ik door deze ervaring dat bepaalde gevoelens je zomaar kunnen overkomen. Gelukkig heeft het me niet getekend en ben ik er alleen wijzer van geworden. Ik zou het allemaal gerust nog eens overdoen.

 

Misschien heb je dit zelf ook meegemaakt of misschien zit je er zelfs middenin. In dat geval hoop ik dat mijn verhaal je steun kan bieden. Weet dat je niet de enige bent en dat je er niet alleen voor staat.

Mijn roze wolk was een grijze mist

Hoe vond je dit artikel?

Deel hem met je vrienden